Both ENDS

En
Nl
Zoeken
Nieuws / 30 november 2016

Nederlandse exportkredietverzekeraar heeft misstanden in Suape niet voorkomen

Atradius Dutch State Business (Atradius DSB) is ook na het afgeven van hun exportkrediet- verzekeringen nog verantwoordelijk voor het naleven van sociale, milieu- en mensenrechten door hun klanten. Dat blijkt uit een vandaag gelanceerd rapport van het Nederlandse Nationaal Contactpunt OESO-richtlijnen (NCP). Both ENDS stuurde hierover vandaag een persbericht uit.

Atradius DSB verleende in 2011 en 2012 namens de Nederlandse staat exportkredietverzekeringen aan de Nederlandse baggeraar Van Oord voor twee projecten in de haven van Suape. Mensen in en rondom de haven van Suape leven van oudsher van kleinschalige landbouw, fruitteelt en visserij, maar daarvan is weinig meer over. Water is vervuild, koraal en mangroves zijn beschadigd, de visstand is dramatisch gedaald en mensen hebben hun huis en land gedwongen moeten verlaten zonder daarvoor adequaat gecompenseerd te zijn.

Naar aanleiding hiervan hebben Both ENDS en haar drie Braziliaanse partnerorganisaties Conectas, Fórum Suape en de lokale vissersbond Z8 een klacht ingediend bij het Nederlandse NCP, dat zich richt op het toepassen van de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen. Deze OESO-richtlijnen maken duidelijk wat de Nederlandse overheid van bedrijven verwacht bij het internationaal zakendoen op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO).

Het NCP stelt dat Atradius DSB er bij hun klant Van Oord en de opdrachtgever, het havenbedrijf Suape, meer op had moeten aandringen om de negatieve effecten te voorkomen en te verzachten. Wiert Wiertsema, beleidsadviseur bij Both ENDS, legt uit wat deze unieke uitspraak van het NCP betekent.

Waarom is de uitspraak van het NCP zo bijzonder?

Dit is wereldwijd de eerste keer dat een Nationaal Contactpunt een klacht tegen een overheidsgesteunde exportkredietverzekeraar gegrond heeft verklaard. Dit opent de mogelijkheid om zowel in Nederland als ook internationaal meer klachten in te dienen tegen exportkredietverzekeraars. Het NCP heeft gekeken naar de uitvoering van de OESO-richtlijnen door de Nederlandse exportkredietverzekeraar, Atradius DSB.

De uitspraak van het NCP geeft aan dat Atradius DSB in het geval van Suape op dit vlak inderdaad beter werk had kunnen leveren. Terwijl Atradius DSB vaak zegt dat haar klanten de eerste verantwoordelijkheid dragen voor het naleven van de OESO-richtlijnen, bevestigt het NCP dat de exportkredietverzekeraar ook een eigen verantwoordelijkheid heeft. Bovendien wordt Atradius DSB gemaand om dit niet alleen voorafgaand aan het verstrekken van een verzekering beter te doen, maar ook nádat een verzekering is afgegeven.

Dit betekent dat Atradius DSB voortaan meer proactief in dialoog moet gaan met lokale belanghebbenden bij projecten. Dat is echt belangrijk om de omvangrijke portefeuille van de Nederlandse exportkredietverzekeraar maatschappelijk verantwoorder en duurzamer te maken. Samen met veel andere NGO’s - ondermeer verenigd in het internationale ECA-Watch netwerk - hamert Both ENDS er al heel lang op dat exportkredietverzekeraars de lokale belanghebbenden veel meer moet informeren over de projecten die ze steunen.

Waarom is transparantie zo belangrijk?

In ontwikkelingslanden hebben mensen en organisaties ter plaatse in veel gevallen geen idee van grootschalige projecten en hun mogelijke effecten die bij hen in de buurt worden gepland en uitgevoerd. Lokale mensen hebben die informatie nodig om op een serieuze manier mee te kunnen denken over de manier waarop projecten worden vormgegeven. Ook moeten de opinies van lokale mensen worden gehoord met het oog op het ontwikkelen van alternatieve, meer mens- en milieuvriendelijke benaderingen. Het is heel vreemd dat een instelling als Atradius DSB, die uitsluitend voor de overheid werkt, tot nu toe de bescherming van bedrijven zwaarder laat wegen dan het publieke belang van mensen ter plaatse. Het NCP bevestigt dit in haar uitspraak rondom de Suape klacht.

Wat betekent dit voor Both ENDS' partners in Brazilië?

Het Fórum Suape en de andere lokale partners van Both ENDS in Brazilië zijn heel blij met deze uitspraak, die ze ervaren als een steun in de rug. Omdat zij uiteindelijk hopen op genoegdoening voor bewoners en vissers voor geleden schade en verlies aan levensonderhoud, zien zij deze uitspraak van het Nederlandse NCP als een erkenning van de rechtsgronden voor hun klachten.

Deze uitspraak maakt duidelijk dat buitenlandse bedrijven, en hun lokale zakenpartners, zich nadrukkelijk aan internationale normen op het gebied van eerlijk en verantwoord zakendoen hebben te houden. Zij hopen dat deze klacht leidt tot vervolgstappen van Van Oord en het lokale havenbedrijf om het onrecht uit het verleden alsnog recht te zetten.

Both ENDS is bovendien in contact met vissersgemeenschappen langs de hele kust van Brazilië, die de ontwikkelingen rond Suape op de voet volgen omdat zij voor vergelijkbare uitdagingen staan met Nederlandse baggerbedrijven op andere plaatsen langs de kust. Zo hebben Van Oord en Boskalis recentelijk baggerklussen gekregen in Espirito Santo en rondom Rio de Janeiro voor oliehavens. Deze projecten worden weliswaar niet ondersteund met een exportkredietverzekering, maar lijken dezelfde negatieve invloed te gaan hebben op lokale mensen en het ecosysteem. Dat mag niet en willen we voorkomen.

Wat moeten Atradius DSB en de Nederlandse overheid nu doen?

In Nederland moet Atradius DSB nu eerst met een nieuw beleidsdocument komen waarin zij vastlegt hoe informatie over door haar verzekerde transacties toegankelijk wordt gemaakt voor lokale mensen en belangengroepen. Er is aangekondigd dat hierover in februari 2017 een eerste bijeenkomst zal zijn. Voor die tijd moet een concept van dat beleidsdocument beschikbaar worden gesteld.

Ook moet Atradius DSB er bij Van Oord op aandringen om de lokale bevolking in Suape bij te staan en de ontstane problemen op te lossen.

Om soortgelijke problemen in Brazilië en andere landen in de toekomst te helpen voorkomen, hopen we ook dat de Nederlandse politiek strenger toezicht zal houden op de Nederlandse exportkredietverzekering. De situatie in Suape en de uitspraak van het NCP bieden hiertoe alle aanleiding.

Zijn er ook internationale consequenties die verder reiken dan Nederland?

Ja, internationaal moeten betere afspraken gemaakt worden zodat exportkredietverzekeraars niet langer in strijd met de OESO-richtlijnen kunnen handelen. Exportkredietverzekeraars uit de OESO-landen hebben onderling afspraken gemaakt - de zogenaamde Common Approaches - over maatschappelijk verantwoord ondernemen. Deze afspraken schieten echter op veel onderdelen tekort in vergelijking met de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen.

Both ENDS heeft daarom een document geschreven dat laat zien hoe de normen van ECAs in vergelijking met de OESO Richtlijnen tekortschieten. Zo zijn de OESO-richtlijnen bijvoorbeeld veel explicieter in hun aanbevelingen voor het beschikbaar stellen van informatie voor belanghebbenden. Het NCP heeft ons gevraagd dit document naar alle relevante organen van de OESO te sturen, en dat doen wij dan ook graag. Ook zullen we ons met dit document richten tot de werkgroep voor exportkredieten van de Europese Unie en de Europese Commissie, omdat zij wettelijke verplichtingen voor exportkredietverzekeraars kunnen formuleren.

Meer informatie:

Persbericht

Het eindoordeel van het Nederlandse NCP

Document Both ENDS over normen van ECA's en OESO-richlijnen

Achtergrondverhaal: Suape, Braziliaans paradijs of industrieel centrum?

Video: Tatuoca, a stolen island

 

 

Voor meer informatie

Lees meer over dit onderwerp