Both ENDS

En
Nl
Zoeken
Nieuws / 19 juni 2026

Tien jaar na de moord op Berta Cáceres: roep om verantwoordelijkheid FMO rond Agua Zarca groeit opnieuw, óók in de Tweede Kamer.

Op donderdag 18 juni werd er tijdens twee Kamerdebatten gesproken over de moord op mensenrechtenverdediger Berta Cáceres en de rol van de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO. 10 jaar na de moord roepen Kamerleden de minister op om te zorgen voor een oplossing. Tijdens het debat zegde Minister Sjoerdsma toe deze zaak met FMO te bespreken en beschikbaar te zijn voor een gesprek met de dochter van Berta Caceres en experts die eerder onderzoek deden naar deze zaak

FMO financierde het bedrijf DESA, het bedrijf waarvan onder andere de directeur schuldig is bevonden aan de moord. FMO was niet alleen nalatig in het ondernemen van actie toen er duidelijke signalen waren dat het project met geweld gepaard ging, maar faalde ook om het geld dat overgemaakt werd aan DESA goed te monitoren. Al 10 jaar vragen de nabestaanden van Berta Cáceres om bij te dragen aan gerechtigheid.

Op 2 maart 2016 werd de Hondurese inheemse mensenrechtenverdediger Berta Cáceres vermoord in haar woning in La Esperanza. Cáceres, coördinator van de inheemse organisatie COPINH, verzette zich jarenlang tegen het Agua Zarca-waterkrachtproject op de rivier de Gualcarque. De moord op Cáceres schokte de wereld en werd al snel een symbool voor de risico’s waarmee inheemse land- en milieuverdedigers worden geconfronteerd.

Tien jaar later is de strijd voor waarheid en gerechtigheid nog altijd niet afgerond. In mei 2026 bracht een internationale delegatie, met onder anderen Bertha Zúñiga Cáceres, dochter van Berta Cáceres, opnieuw een bezoek aan Nederland om aandacht te vragen voor de aanhoudende juridische en politieke vragen rond de zaak. Ook namen mensenrechtenexperts Roxanna Altholz en Pedro Martín Biscay deel aan gesprekken met Nederlandse beleidsmakers en maatschappelijke organisaties.

De aanleiding voor het bezoek is een recent rapport van een internationale deskundigencommissie, opgezet met betrokkenheid van de Hondurese staat, de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens en vertegenwoordigers van de familie Cáceres. De bevindingen schetsen volgens de commissie ernstige structurele tekortkomingen rond de ontwikkeling en financiering van het Agua Zarca-project.

Financiële stromen en waarschuwingen

Het rapport stelt dat 67 procent van FMO’s financiering zou zijn aangewend voor niet-legitieme of illegale doeleinden. Er zouden betalingen zijn gedaan die verband houden met geweldsincidenten en het organiseren van intimidatiecampagnes tegen lokale gemeenschappen. Deze bevindingen worden gezien als onderdeel van een breder patroon van machtsmisbruik, waarin economische belangen, politieke invloed en geweld met elkaar verweven raakten.

Volgens het rapport waren er vroeg in het traject duidelijke signalen van ernstige mensenrechtenschendingen, waaronder eerdere dodelijke incidenten in het gebied, meldingen van militarisering en waarschuwingen van lokale gemeenschappen en internationale organisaties.

Toch bleef de financiering van het project doorgaan, ondanks toenemende risico-indicatoren en herhaalde waarschuwingen. De vraag die nu, tien jaar na de moord op Berta Cáceres, centraal staat, is in hoeverre FMO bereid is bij te dragen aan gerechtigheid.

“Voorzienbaar en voorkombaar”

Het onafhankelijke onderzoek door de internationale expertgroep GIEI concludeerde dat de moord op Berta Cáceres niet los kan worden gezien van de context waarin zij plaatsvond. Volgens het rapport was het geweld “voorzienbaar en voorkombaar”, gezien de jarenlange escalatie van bedreigingen, criminalisering en aanvallen op Lenca-gemeenschappen.

De onderzoekers benadrukken dat ontwikkelingsprojecten zoals Agua Zarca plaatsvonden in een context van een zwakke rechtsstaat en een nauwe verwevenheid tussen politieke en economische belangen. In dat krachtenveld speelden internationale financiers een belangrijke rol, omdat zij projecten niet alleen mogelijk maakten, maar er ook legitimiteit aan verleenden.

Nederlandse verantwoordelijkheid en politieke vragen

Tijdens het recente bezoek aan Nederland werd opnieuw aandacht gevraagd voor de rol van publieke financiers en de Nederlandse overheid. In gesprekken met Kamerleden Christine Teunissen, Suzanne Kröger, Mpanzu Bamenga en Elles van Ark werd gesproken over de vraag hoe de Nederlandse ontwikkelingsbank kan bijdragen aan gerechtigheid en welke lessen zijn getrokken uit de betrokkenheid bij Agua Zarca. Deze gesprekken droegen er aan bij dat Kamerleden op 18 juni in een debat met de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking opriepen tot actie richting FMO, ook werd op dezelfde dag de Minister van Financien gevraagd om ervoor te zorgen dat er toegang komt tot alle informatie omtrent het project dat FMO bezit.

De delegatie benadrukte tijdens het bezoek dat er nog steeds geen volledig onafhankelijk onderzoek is uitgevoerd naar de rol van FMO in het project en de mogelijke verbanden tussen financieringsstromen en geweld. Ook werd gewezen op het ontbreken van structurele waarborgen om herhaling in toekomstige projecten te voorkomen. Transparantie is essentieel om vertrouwen te herstellen en recht te doen aan de slachtoffers en getroffen gemeenschappen.

Blijvende oproep tot gerechtigheid

Tien jaar na de moord op Berta Cáceres is de urgentie niet verminderd, maar juist toegenomen. Niet alleen vanwege de voortdurende strijd voor gerechtigheid in Honduras, maar ook vanwege de bredere vragen die dit dossier oproept over de rol van internationale financiers in contexten met hoge mensenrechtenrisico’s.

Lees meer over dit onderwerp