In een klein dorpje in Puncak aan de rivier de Ciliwung, ongeveer 500 kilometer stroomopwaarts vanaf waar deze uitmondt in de zee bij Jakarta, woont Sophia. De rivier is haar leven: ze drinkt eruit, wast erin, kookt ermee en ze gebruikt water uit de rivier om de gewassen op haar kleine akkertje mee te begieten. Maar er zijn een heleboel anderen die ook van het mooie en koele klimaat willen genieten. Bosgebied en land om Sophia’s dorp heen is geschikt gemaakt voor villa’s, restaurants, theeplantages en nieuwe nederzettingen. De rivier raakt vervuild door afval en door gebrek aan sanitaire voorzieningen, en Sophia heeft steeds minder toegang tot schoon water.
Ik ben erg blij met de uitspraak van het Indonesische Constitutionele Hof dat op 16 mei heeft bepaald dat bosgronden van lokale gemeenschappen niet langer mogen worden aangeduid als staatsbos. Hierdoor moet de Boswet worden aangepast die bepaalt dat alle bosgronden eigendom zijn van de staat. Grote bedrijven konden hierdoor makkelijk licenties te krijgen om grootschalige palmolie- en acaciaplantages te vestigen op bosgronden te die vaak al decennia lang in beheer zijn van lokale gemeenschappen.
Na bijna twee jaar onderhandelen hebben de lidstaten van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) een overeenkomst bereikt over het verminderen van steun aan een aantal kolencentrales door hun exportkredietinstellingen (ECA’s). De overeenkomst komt daags nadat de G20 opnieuw haar bereidheid heeft uitgesproken subsidies op inefficiënte fossiele brandstoffen te verminderen, en slechts 12 dagen voor aanvang van de VN-Klimaatconferentie 'COP21'. De overeenkomst, die van kracht wordt in 2017, staat nog altijd de zogenaamde “ultra superkritische” kolencentrales toe, en in de allerarmste landen ook de minder efficiënte centrales.
Waarom sturen internationale financiële instellingen zoals de Wereldbank, maar ook de G20, steeds aan op infrastructuur als motor voor ontwikkeling? Dat is de vraag die International Rivers stelt in een recent rapport over de grote focus op infrastructuur voor ontwikkeling. De strategische infrastructuurprojecten zoals grote dammen en transportcorridors die de Wereldbank en G20 promoten, worden ondersteund met publieke gelden. Deze projecten worden aantrekkelijk gemaakt voor private investeerders door bijvoorbeeld garanties te geven. Een van de voorbeeldprojecten die wordt genoemd is de Grand Inga Dam in de Congo rivier (DRC) - als het ooit zover komt zou dit de grootste dam ter wereld worden.
Investeringsverdragen moeten inclusief en duurzaam en gelijkwaardig zijn. Dat betekent dat de belangen van mensen en hun leefomgeving niet ondergeschikt zouden moeten zijn aan die van bedrijven.
Vandaag bereikte ons een positief bericht uit onverwachte hoek: het Amerikaanse Congres heeft de Amerikaanse regering de opdracht gegeven om niet langer akkoord te gaan met investeringen van internationale financiele instellingen in de bouw van grote dammen. Daarnaast moet er gerechtigheid te komen voor de mensen die al de dupe zijn geworden van de projecten van deze financiële instellingen. De VS gaat zich vanaf nu verzetten tegen alle leningen, subsidies of strategieën die de bouw van grote hydro-elektrische dammen, (zoals gedefinieerd door de ‘World Commission on Dams’), ondersteunen.
De Inter-Amerikaanse commissie voor de Rechten van de Mens heeft de Surinaamse regering erop gewezen dat zij zich moet houden aan het 'Saramaka-vonnis'. Op 28 november 2008 verloor Suriname de zaak die tegen de regering was aangespannen door de Saramaka-gemeenschap onder leiding van onder andere Steward Hugo Jabini, tegenwoordig Surinaams parlementariër en zeer actief in de strijd tegen de exploitatie van het grondgebied van de Saramaka.
Met een busje reizen ze vanuit Zweden naar Brussel om aandacht te vragen voor de negatieve gevolgen van Europese Partnerschap Akkoorden (EPA's) tussen de EU en de ACP-landen voor lokale gemeenschappen in Afrika. Voor NGO 'Afrikagrupperna' uit Stockholm een goede afsluiting van de campagne die zij de afgelopen maanden in Zweden hebben gevoerd.
De EIB gaat zijn leven beteren met betrekking tot kolencentrales. De bank investeerde laatste jaren een slordige 2 miljard in energiecentrales die enorme hoeveelheden CO2 uitstoten. De Europese Investeringsbank, met een portefeuille van 242 miljard euro doet zaken in 150 landen buiten Europa.