Op woensdag 22 mei vindt de officiële lancering plaats van het Rich Forests initiatief: een spannend moment voor Both ENDS en partners, na maandenlang hard werken. Roos Nijpels van Both ENDS legt uit wat het Rich Forests initiatief precies inhoudt en waarom het initiatief juist nu nodig is.
De vereniging van Saramakaanse Gezagdragers (VSG) is een organisatie die dorpshoofden uit 61 Saramakadorpen in Suriname verenigt om te strijden tegen grootschalige schending van landrechten. Het gebied van de Saramaka wordt bedreigd door mijnbouw- en boskapbedrijven en de Surinaamse overheid doet daar weinig tot niets aan. VSG voert actie voor bescherming van het land en het slagvaardiger maken van de bevolking. Wij spraken Hugo Jabini van VSG over zijn verwachtingen van Rio+20.
De Song Trangh 2 Dam in Quang Nam (Vietnam) lekt. Dit is een gevaar voor de bevolking in de omgeving van de dam en heeft ernstige gevolgen als de situatie verergert. Deze problemen zijn niet of nauwelijks bespreekbaar, ondanks grote zorgen van de bevolking. Both ENDS' partnerorganisatie Vietnam Rivers Network (VRN) organiseerde daarom begin mei een workshop om samen met autoriteiten en experts naar een oplossing te zoeken.
Was de ontdekking van olie in Oeganda in 2005 een zegen voor de arme bevolking of blijkt het eerder een vloek? Inmiddels is wel duidelijk dat oliedelving door corruptie en verkeerd gebruik van natuurlijke hulpbronnen een grote bedreiging vormt voor mens en milieu. Frank Muramuzi van de Oegandese organisatie NAPE was 28 februari te gast bij Both ENDS in Amsterdam om te verhalen van de bedreigde meren in het Albertine olie rift. Een aantal westerse oliemaatschappijen heeft een vergunning om in en rondom Lake Albert olie te delven, met als resultaat onder andere grootschalige erosie. De angst bestaat dat Oeganda door gebrek aan regulering en wetgeving op dat gebied, net als vele Afrikaanse landen ten onder zal gaan aan de strijd om olie. NAPE, Both ENDS, IUCN NL en Friends of the Earth zijn als leden van de Ecosystem Alliance actief betrokken bij bescherming van dit gebied.
Kleinschalige adaptatiemaatregelen in ontwikkelingslanden zijn vaak moeilijk van de grond te krijgen omdat overheden, ontwikkelingsbanken en donoren over het algemeen liever grotere projecten financieren. Eén groot project is overzichtelijker en zichtbaarder dan tien kleine. Toch is het uitermate belangrijk dat juist die kleinschalige initiatieven - gebaseerd op kennis en behoeften van lokale gemeenschappen- ondersteund worden. Hoe kun je ervoor zorgen dat dit soort - vaak zeer effectieve - lokale projecten de weg vinden naar de juiste fondsen en omgekeerd?
De Europese Investeringsbank (EIB) heeft 40 miljoen Euro extra uitbetaald voor de Bujagalidam in Oeganda, terwijl klachten van de lokale gemeenschappen nog altijd niet zijn beantwoord. De dam is in opspraak vanwege de enorme sociale impact en de grote gevolgen voor het milieu. "Door het eigen klachtenbeleid te verwaarlozen, laat de EIB zien niets meer te zijn dan een groene wasmachine", stellen verschillende maatschappelijke organisaties.
Via het Wetlands without Borders-programma zetten we ons in voor duurzaam en maatschappelijk verantwoord beheer van het wetlandsysteem La Plata Basin in Zuid-Amerika.
Zuid-Afrika staat bekend als het land van de oeroude en gezonde kruidenthee rooibos, die duizenden jaren geleden werd ontdekt door de Khoisan, de inheemse volkeren van het zuidelijke deel van Afrika. In de vorige eeuw werd rooibos steeds meer gecommercialiseerd, met name door blanke Zuid-Afrikaanse boeren die het nog steeds grootschalig produceren. Dit heeft geleid tot milieuschade, bodemerosie en een verlies aan biodiversiteit. Gelukkig bestaan er ook initiatieven van gemeenschappen voor kleinschalige en milieuvriendelijke rooibosteelt. Onze jarenlange Zuid-Afrikaanse partner, de Environmental Monitoring Group (EMG), is al meer dan twintig jaar betrokken bij dit soort rooibosteelt en bij de gemeenschappen in Suid Bokkeveld, in het westelijke deel van Zuid-Afrika. Hoewel het niet altijd makkelijk is geweest, gelooft Noel Oettle, senior adviseur bij EMG, dat deze manier van produceren de toekomst is.
Ongeveer 75% van de Kenianen verdient hun gehele inkomen of een deel daarvan uit de agrarische sector, dit staat gelijk aan 33% van het bruto binnenlands product (bbp) van het land. Toch is de landbouwproductiviteit de afgelopen jaren gestagneerd. Er zijn verschillende factoren die aan deze lage landbouwproductiviteit hebben bijgedragen aan deze lage, waaronder een algemene afname in bodemvruchtbaarheid vanwege de constante opname van voedingsstoffen door gewassen; slechte landbouwmethoden; bodemdegradatie en het overmatige/verkeerde gebruik van kunstmatige meststoffen die de bodem verzuren. De oplossing voor deze problemen is: Agro-ecologie.