Bijna een jaar nadat het Afrikaanse maatschappelijk middenveld in Oeganda bijeenkwam om de Verklaring van Entebbe aan te nemen, blijft de oproep om het internationale investeringsbestuur te hervormen aan kracht winnen. Van 6 tot en met 9 oktober komen meer dan 50 maatschappelijke organisaties uit West-Afrika – onder andere uit Ghana, Senegal, Nigeria, Ivoorkust, Kameroen, Gambia en Sierra Leone – én uit Kenia en Latijns-Amerika samen in Accra, om de visie van de Verklaring verder te verdiepen en in de praktijk te brengen.
In 2001 hebben Tanzania en Nederland een verdrag ondertekend dat slechts bij weinig mensen bekend is. Het betreft een BIT: een bilateraal verdrag 'inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen'. Het doel is de onderlinge economische betrekkingen uit te breiden en te intensiveren en het kapitaalverkeer, de overdracht van technologie en de economische ontwikkeling van de verdragsluitende partijen te stimuleren. Maar de ondertekening van het verdrag bleek vooral symbolisch, aangezien het in die opzichten nauwelijks iets heeft opgeleverd. Het Centraal Planbureau heeft in een rapport geconcludeerd dat BIT's geen positief effect hebben op investeringen in Latijns-Amerikaanse en Afrikaanse landen bezuiden de Sahara met een laag of lager middeninkomen, waaronder Tanzania.
In 1959 ondertekenden Duitsland en Pakistan het eerste bilaterale investeringsverdrag in de wereld, niet wetende dat ze hiermee een nieuw tijdperk markeerden en dat vele landen hun voorbeeld zouden volgen. Momenteel bestaan er al ongeveer 3000 bilaterale investeringsverdragen (BIT's) en andere internationale investerings-overeenkomsten. Hoewel deze verdragen zowel voor de investeerder als voor het 'gastland' profijtelijk moesten zijn - voor de één zou het winst en voor de ander economische groei, werkgelegenheid en ontwikkeling opleveren - blijken ze in de praktijk voor veel gastlanden vooral grote negatieve gevolgen te hebben.
Tijdens het verkiezingsdebat tussen tien kandidaat-Europarlementariërs, gisterenavond in de Brakke Grond in Amsterdam, passeren meerdere onderwerpen de revue. De kandidaten doen uit de doeken hoe hun partijen denken over het gebruik van biobrandstoffen, over het verplicht stellen van productiecriteria voor in de EU verkochte kleding en over de aanpak van belastingontwijking. De partijen zijn het erover eens dat er aan de genoemde thema's problemen kleven, al verschillen ze nogal van mening over de manier waarop die dan zouden moeten worden opgelost. De gemoederen lopen pas echt hoog op als het vrijhandelsverdrag tussen de VS en de EU (TTIP) op tafel komt.
De regering van Kenia heeft het bilaterale investeringsverdrag (bilateral investment treaty - BIT) met Nederland officieel opgezegd, een belangrijke overwinning voor economische rechtvaardigheid en milieubescherming. De beslissing van Kenia past in een groeiende wereldwijde trend om verouderde verdragen, die vaak bedrijfsbelangen voorrang geven boven algemeen welzijn, te herzien. De Nederlandse minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkeling heeft onlangs bevestigd dat Kenia het verdrag in december 2023 eenzijdig heeft opgezegd, waardoor het vanaf 11 juni 2024 niet meer van kracht is. Kenia voegt zich hiermee bij Zuid-Afrika, Tanzania en Burkina Faso, als vierde Afrikaanse land dat zijn BIT met Nederland opzegt.
Voor een volle zaal besprak ‘angry old man’ Yash Tandon op 3 juni in De Balie zijn nieuwe boek ‘Trade is War: The West’s War Against the World’ – een nieuw geluid in het debat over het Trans-Atlantisch Vrijhandel- en Investeringsverdrag (TTIP), de omstreden handelsovereenkomst waarover de EU momenteel met de VS onderhandelt. In Europa maken tegenstanders van TTIP zich vooral zorgen over transparantie, de alsmaar toenemende macht van grote bedrijven, en de gevolgen voor het milieu. Maar wat betekent het verdrag voor Noord-Zuidrelaties en welke geopolitieke dynamiek gaat erachter schuil?