Both ENDS

Blog / 22 mei 2014

Zal het Groene Klimaatfonds binnenkort klaar zijn voor zaken?

Zal het Groene Klimaatfonds binnenkort klaar zijn voor zaken?


De basis van het Groene Klimaatfonds

Als er deze week in Songdo inderdaad voldoende voortgang wordt geboekt, dan kan dit de kans van slagen van de UNFCCC klimaatonderhandelingen vergroten. We zijn nog maar een jaar verwijderd van de cruciale VN klimaatconferentie die in 2015 in Parijs wordt gehouden. Daar moeten alle lidstaten het eens worden over een nieuw, wettelijk bindend en universeel klimaatakkoord. Daarom wordt er nu in Zuid-Korea door het bestuur van het Groene Klimaatfonds vooral getracht overeenstemming te bereiken over de ‘essential requirements’: voorwaarden die voor donoren van belang zijn om te kunnen besluiten of ze überhaupt zullen bijdragen aan het fonds.

 

Tijd besparen

Het is moeilijk te voorspellen of het bestuur in Songdo in haar opzet zal slagen. Er zijn positieve ontwikkelingen: bestuursleden hebben voor het eerst ruim gelegenheid om in kleinere groepen samen te komen. Hierdoor worden hopelijk de ellenlange plenaire discussies van eerdere bestuursvergaderingen - waar kostbare tijd werd verspild aan discussies over soms ronduit onzinnige onderwerpen, zoals de vraag of bestuursleden businessclass of first class mogen reizen -  voorkomen. Er lijkt ook steeds meer overeenstemming te zijn over verschillende onderwerpen.  

 

Toegang tot het fonds voor wie?

Maar niet alles is rozengeur en maneschijn. Maatschappelijke organisaties die al meer dan twee jaar volgen hoe het Groene Klimaatfonds wordt opgebouwd en ingericht, vrezen dat een aantal cruciale issues niet op de agenda staan. Vooral aan ‘country ownership’ en ‘direct access’, belangrijke thema’s voor Both ENDS en partnerorganisaties, wordt te weinig aandacht besteed. ‘Country ownership’ houdt in dat ontwikkelingslanden zelf kunnen beslissen in welke klimaatprojecten ze zullen investeren, in plaats van dat dit door fondsen en instellingen op afstand wordt bepaald. Onder ‘direct access’ wordt verstaan dat nationale overheden of hun daarvoor aangestelde nationale of sub-nationale instituties  internationaal klimaatgeld ontvangen om dit vervolgens zelf door te sluizen naar relevante projecten. Om ervoor te zorgen dat alle belanghebbenden in de ontvangende landen kunnen meebeslissen over hoe het geld wordt besteed, zijn country ownership  en direct access onmisbaar. Alleen dán zal het geld daar terecht komen waar het ’t hardst nodig is: op de grond waar kwetsbare gemeenschappen zich moeten wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering en toegang moeten krijgen tot schone energie.

 

Het tij keren

In de voorgestelde opzet van het Groene Klimaatfonds, die tijdens deze vergadering zal worden besproken, zal geld in eerste instantie via internationale financiële instituties of tussenfondsen worden weggezet. Voor nationale en lokale overheden en organisaties is het dan heel moeilijk om toegang te krijgen en te bepalen welke projecten prioriteit moeten krijgen. Lidy Nacpil van Jubilee South, ook in Songdo aanwezig, zei daarover: “Het idee om klimaatfinanciering in te zetten via nationale en lokale instituties en voor klimaatprojecten in de landen zelf, bestond allang en juist daarom werd het Groene Klimaatfonds opgericht. Maar in de huidige voorstellen worden internationale instituties erg bevoordeeld ten opzichte van lokale.” Een aantal zuidelijke leden van het bestuur van het Groene Klimaatfonds verwoorden tijdens de verschillende bestuursvergaderingen soortgelijke zorgen, maar het blijft de vraag of zij het tij kunnen keren. Deze dagen zullen het uitwijzen...

 

Anouk Franck is programmamedewerker bij Both ENDS en momenteel aanwezig bij de zevende bestuursvergadering van het Groene Klimaatfonds.

 

Lees meer over dit onderwerp