Both ENDS

Dossier

Handelsverdragen

Handelsverdragen hebben vaak niet alleen vergaande gevolgen voor de economie van een land, maar ook voor mens en milieu. Vooral de meest kwetsbare groepen zijn de dupe van internationale handelsverdragen.  

Landen drijven onderling al eeuwen handel, maar pas in de twintigste eeuw begon internationale handel de vormen aan te nemen die we nu kennen. Modern transport en het internet maken het steeds gemakkelijk voor partijen over de hele wereld om met elkaar zaken te doen; afstand speelt steeds minder een rol. Om gelijkwaardige, eerlijke handel tussen partijen nog verder te vergemakkelijken zijn vanaf het midden van de twintigste eeuw verschillende soorten (vrij)-handelsverdragen en -akkoorden in het leven geroepen zoals NAFTA, het vrijhandelsakkoord tussen Mexico, de VS en Canada, of de douane-unie Mercosur tussen verschillende Zuid-Amerikaanse landen. In de laatste drie tot vier decennia lijkt vrijhandel echter een doel op zich te zijn geworden en niet alleen voorbij te gaan aan de belangen van mensen in armere landen, maar deze ook daadwerkelijk te schaden. Hoe komt dat en wat valt eraan te doen?

Vrijhandel in een notendop

In 1948 namen 23 landen het initiatief voor een overeenkomst over Tarieven en Handel (General Agreement on Tariffs and Trade – GATT) met afspraken over vrijhandel en open grenzen. In de loop der jaren sloten steeds meer landen zich erbij aan. Later werd besloten de wereldhandel nog verder te liberaliseren en een organisatie in het leven te roepen die daar krachtig op kon toezien. Daarom werd in 1995 de Wereldhandelsorganisatie of 'World Trade Organization' (WTO) opgericht. Alle handelsverdragen die worden gesloten moeten voldoen aan de regels van de WTO.

World Trade Organization (WTO)

De WTO is een van de machtigste organisaties ter wereld en heeft als enige doel het stimuleren van vrijhandel. De WTO heeft haar secretariaat in Genève en telt momenteel 161 leden (lidstaten), voornamelijk ontwikkelingslanden. Hiermee vertegenwoordigt de WTO bijna 100% procent van alle wereldhandel. De WTO wordt geleid door de lidstaten zelf en het wetgevende orgaan wordt gevormd door de Ministeriële Conferentie die elke twee jaar samen komt.

Hoe groter het marktaandeel, hoe meer macht in de WTO

Besluitvorming gaat officieel volgens consensus –álle lidstaten moeten akkoord gaan - en in theorie hebben álle lidstaten veto-macht. De onderhandelingsmacht van de lidstaten hangt in de praktijk echter sterk samen met het marktaandeel van dat land op de wereldmarkt. Bovendien hebben ontwikkelingslanden vaak minder financiële middelen en mankracht om zichzelf binnen de WTO te vertegenwoordigen en worden ze soms letterlijk uitgesloten van bepaalde onderhandelingen. De EU en sommige andere landen vinden de processen binnen de WTO te stroperig, en sluiten daarom van bilaterale akkoorden. Waar de bestaande WTO-regels al een probleem zijn voor ontwikkelingslanden, zijn deze bilaterale akkoorden dat helemaal .

Vrijhandel is belangrijker dan mens en milieu

Vrijhandelsovereenkomsten en WTO-regels maken het voor nationale overheden vaak moeilijk om wetten en regels te implementeren of te verbeteren omdat zulke nationale beslissingen ondergeschikt zijn aan WTO-regels. Als WTO-leden de regels overtreden kunnen er flinke sancties en boetes worden opgelegd. Tot nu toe zijn er al zo'n 500 cases voor de WTO gebracht.

Momenteel liggen er meerdere aanklachten tegen landen die hun duurzame energiesector willen versterken, zoals een klacht van de VS tegen India. India wil haar zonne-energiesector steunen, maar de VS steekt hier een stokje voor. WTO-regels over intellectueel eigendom belemmeren ook de beschikbaarheid van betaalbare medicijnen voor lokale bevolking.

Gelijk speelveld is niet altijd voor iedereen gunstig

Het 'gelijke speelveld' waar de WTO voor staat, is voor ontwikkelingslanden vaak onvoordelig. Kleinschalige producenten in deze landen lopen groot risico te worden weggeconcurreerd door grote buitenlandse bedrijven die goedkoper kunnen produceren. De economieën van ontwikkelingslanden zijn vaak nog niet voldoende ontwikkeld om deze oneigenlijke internationale concurrentie aan te kunnen.

Armere landen kunnen boetes en sancties niet opvangen

Dezelfde WTO-regels kunnen voor rijke en arme landen verschillende gevolgen hebben. Als rijke landen een WTO-regel overtreden kunnen zij ervoor kiezen de boete 'gewoon' te betalen omdat ze voldoende geld hebben. Ontwikkelingslanden kunnen die boetes vaak niet zo gemakkelijk betalen. Datzelfde geldt voor sancties: als bijvoorbeeld Burkina Faso de VS dreigt met een economische sanctie, zal dat op de VS weinig indruk maken. Andersom daarentegen, zal een economische sanctie vanuit de VS desastreuse gevolgen hebben voor de economie van Burkina Faso. Armere landen en zijn dus vaak meer dan rijke landen geneigd boetes en sancties te voorkomen door wetgeving die mogelijk tegen WTO regels ingaat, niet in te voeren. Mens en milieu in ontwikkelingslanden dreigen dus meer negatieve gevolgen van WTO-regels te ondervinden dan die in rijke landen.

Te weinig transparantie en democratie

De onderhandelingsprocessen binnen de WTO zijn ondoorzichtig, en nationale parlementen hebben weinig invloed op de beslissingen die binnen de WTO worden gemaakt. Bovendien vinden onderhandelingen vaak deels plaats in de zogenaamde 'achterkamertjes' en informele 'minitops' waarbij niet alle landen worden uitgenodigd.

Wat doet Both ENDS

Samen met andere maatschappelijke organisaties wijst Both ENDS de Nederlandse overheid en de Europese Commissie op hun verantwoordelijkheid om zich binnen de WTO in te zetten voor de belangen van ontwikkelingslanden.

In 2013, 2015 en 2017 was Both ENDS tijdens de Ministeriële Conferentie van de WTO officieel adviseur vanuit het maatschappelijk middenveld voor de Nederlandse overheid. Dit betekent dat er een afgevaardigde van Both ENDS mee reist met de Nederlandse delegatie om de overheid van binnenuit te informeren over de standpunten en zorgen van maatschappelijke organisaties wereldwijd.

Naast het direct beïnvloeden van de Nederlandse regering en de EU, werkt Both ENDS ook voortdurend samen met maatschappelijke organisaties in ontwikkelingslanden. We voorzien deze organisaties van informatie zodat ze op kunnen komen voor hun belangen en hun eigen overheden ertoe kunnen bewegen zich in onderhandelingen over handels- en investeringsverdragen - binnen en buiten te WTO - sterk te maken voor mens en milieu.

 

Voor meer informatie

Lees meer over dit onderwerp