Both ENDS

Blog / 23 mei 2012

Op zoek naar het goede leven

Op zoek naar het goede leven

 

"I have a dream", sprak dominee Martin Luther King in de jaren zestig van de vorige eeuw, en haalde er de geschiedenisboeken mee. Zijn droom van een Amerika vrij van racisme en met gelijke kansen voor iedereen werd het symbool van een van de grootste emancipatiebewegingen ooit.

 

Dromen, visioenen van een andere, betere samenleving, vormen van oudsher een bron van inspiratie. Visionairs brachten massa's in beweging. Van Jezus van Nazareth tot Karl Marx, Mahatma Gandhi en Nelson Mandela: ze wisten mensen te inspireren en te motiveren om in actie te komen. Dat deden ze door een lonkend perspectief te schetsen; alle inspanningen zijn zeer de moeite waard, zo luidde de boodschap, want het koningrijk Gods, dan wel de klasseloze, geweldloze en/of rechtvaardige samenleving is nabij.

 

Dromen wij nog altijd dit soort dromen? Zijn er nog visionairs die ons inspireren? Het antwoord daarop is niet eenduidig. Nog altijd duiken er regelmatig mensen met een visie op, met aansprekende ideeën die blijken te inspireren. Denk aan de bedenkers van het Cradle2Cradle principe, de droom van een wereld zonder afval en met volmaakte kringlopen. Daarvóór boden nieuwe concepten als duurzame ontwikkeling, maatschappelijk verantwoord ondernemen en, meer recent, de Groene Economie, inspiratie.

 

Aan de andere kant moet je constateren dat deze visies er niet echt in slagen mensenmassa's te mobiliseren. Zeker niet bij ons in het Westen. We zijn sceptisch geworden, cynisch zelfs. Te vaak kwamen goedgelovige types in het verleden bedrogen uit, door aan te lopen achter zelfbenoemde leiders die het paradijs beloofden. Daar trappen we niet meer in. En in de maakbare samenleving geloven we ook al niet meer. De gedachte dat een groep gemotiveerde mensen werkelijke veranderingen tot stand kan brengen is net iets te vaak als naïef of luchtfietserij weggezet. Daarom spreken we liever niet meer van visies (laat staan van dromen), maar gaan we uit van scenario's; we plannen het best haalbare resultaat.

 

Daar komt nog iets bij: concepten als Cradle2Cradle of de Green Economy zijn westerse visies, geformuleerd en gedomineerd door denkers uit de VS en Europa, op basis van een veelal Anglo-Amerikaanse, kapitalistisch gekleurde visie. Waar zijn de analyses, ervaringen en dromen van niet-westerse denkers en doeners? Terwijl steeds meer producten uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika onze kant op komen, bereiken ideeën en visies uit die continenten ons nog maar nauwelijks. Staan we er niet voor open? Doen ze daar te weinig moeite ons te bereiken? Hoe dan ook, door verstoken te blijven van de visies van elders ontzeggen we onszelf de kans om outside the box te denken en nieuwe ideeën op te doen door prikkels uit een minder bekende hoek. Dat kan anders.

 

Daarom zochten we, twee Nederlandse journalisten, daartoe aangezet door Both ENDS en Cordaid, op die andere continenten naar inspirerende alternatieven. Op de volgende pagina's staan interviews met vooraanstaande denkers, doeners en analytici uit het Zuiden. Laat onmiddellijk duidelijk zijn dat iedere pretentie van representativiteit daarbij ontbreekt. Om tot een keuze uit de vele beschikbare mogelijkheden te komen hebben we ons gebaseerd op een lijstje met namen, opgesteld door de twee Nederlandse ngo's. Het zijn hún contacten, hún zuidelijke collega's. Het zijn mensen die de praktijk én het internationale vergadercircuit kennen. Zij komen elkaar regelmatig op podia overal in de wereld tegen. Ze zijn actief in de aanloop naar de Rio+20 conferentie, zijn lid van een of meer voorbereidende werkgroepen. Een enkeling als de Maleisische Chee Yoke Ling was er twintig jaar geleden al bij; op de eerste Earth Summit was zij een van de opvallendste woordvoerders van de 'derde wereld' - zoals het toen nog heette. Stuk voor stuk hebben ze forse kritiek op de wijze waarop het vrijemarktdenken en de globalisering uitpakken op hun eigen samenleving, en de wereld als geheel. Die kritiek is niet nieuw. Maar hoe ziet hun gedroomde samenleving eruit? Als zij het voor het zeggen zouden hebben, hoe anders zou het dan zijn? Dat is de vraag die wij hen voorlegden.

Durven te dromen
Op YouTube staat een aardig filmpje van de Donella Meadows Leadership Fellows, onder de titel Vision 2050. Cursisten wordt gevraagd vooruit te kijken naar het jaar 2050 en - nog veel moeilijker! - zich voor te stellen dat het dan goed gaat met de wereld. "Now close your eyes", luidt de opdracht, gevolgd door de vraag: "What do you see?" Er komen antwoorden als: Ik zie zonnepanelen op ieder dak. Ik zie mensen die elkaars naam kennen. Ouderen die verhalen vertellen waar weer naar geluisterd wordt. Ik zie windmolens en minikrachtcentrales in rivieren zodat kinderen 's avonds licht hebben om bij te studeren. De boodschap van het filmpje: "You can't make it happen if you can't even imagine it!"

 

Dat mag waar zijn, maar toch valt durven te dromen nog helemaal niet mee. Wie heeft er een pasklaar antwoord op de vraag hoe zijn of haar gedroomde samenleving eruit ziet? Is dat niet een beetje kinderachtig, dromen van een betere wereld? Misschien is het ook wel wat onbescheiden, te pretenderen dat jij weet waar het heen moet. Of, andere mogelijkheid, is het niet wat banaal om grand designs, grootse maatschappijvisies te vertalen in al te concrete beelden?

 

Vanuit welk motief dan ook, verschillende benaderde interviewkandidaten schrokken van onze vraag om hun dromen met ons te delen. Of vonden het een ongepaste vraag. "Sorry hoor, maar ik ben geen goeroe", zei bijvoorbeeld Janaki Lenin, kritisch natuurbeschermster, columniste en filmmaakster in India. "De uitdaging is een duurzame levensstijl te creëren die zo aantrekkelijk is dat iedereen op die manier wil leven. Vervolgens moet je nadenken over hoe dat voor iedereen te realiseren is. Maar dat is een dynamisch proces, met onzekere uitkomsten. Dus daar ga ik niet over speculeren."


Ook anderen sloegen de uitnodiging beleefd af. Opmerkelijk was nog een andere genoemde, meer strategische motivering. Wie zich dag en nacht verzet tegen grote ontwikkelingen als ongecontroleerde globalisering of ongebreideld winstdenken, voelt zich vaak een roepende in de woestijn. Men weet wat er mis is, en heeft een perspectief voor ogen welke kant het op moet. Maar in een interview onbelemmerd dromen van een andere samenleving kan ook gevaarlijk zijn. Voor je weet wordt je door je tegenstanders weggezet als een naïeve fantast.

 

Gelukkig waren er nog voldoende anderen die wel op de uitdaging wilden ingaan. Hoe die luidde? Met als vertrekpunt de slogan voor de Rio+20-conferentie - The future we want - was onze vraag: Which future? Wie durft er te dromen van een meer perfecte en rechtvaardige wereld? En, voor alle duidelijkheid, dat is dus niet de wereld waarvan je denkt dat die misschien wel haalbaar is. Niet de wereld die je bereid bent te accepteren als onderhandelingsresultaat, maar de wereld die je echt zou willen.


Uiteraard is dat een duurzame wereld, een waarin de planeet niet op een onvermijdelijke instorting van ecosystemen afstevent. De bestanddelen van zo'n duurzame wereld zijn wel zo'n beetje bekend: slechts hernieuwbare grondstoffen gebruiken, afvalstromen uitbannen, honger en schrijnende armoede aanpakken en werken aan echte democratie, met gelijke kansen voor iedereen. Mooi, maar naar dergelijke analyses waren we niet op zoek. Wel naar aansprekende beelden hoe een gedroomde samenleving er voor de geïnterviewde uitziet. Wat verandert er voor hem/haar, voor zijn of haar kinderen en/of kleinkinderen? Wat komt als eerste in je op, als je denkt aan zo'n meer perfecte en rechtvaardige wereld? Stel dat je het als burgemeester, gouverneur of misschien wel verlicht dictator voor het zeggen zou hebben, welke plannen voer je dan onmiddellijk uit? Met dit soort vragen probeerden we in de interviews onze vraag te concretiseren.

Blauwe luchten

Het leverde een veelheid aan beelden op. Eindelijk weer blauwe luchten in Beijing: daar droomt de Maleisische Chee Yoke Ling van. Zij woont sinds enige jaren in de Chinese hoofdstad en is nog altijd niet gewend aan de permanente smog. Emad Adly uit Egypte droomt dat wie in de toekomst per vliegtuig de hoofdstad Cairo nadert, vanuit de lucht een zee van groene daken ziet opdoemen. Tienduizenden werkloze jongeren hebben zich in zijn droom omgeschoold tot stadsboer; zij leasen de platte daken in de metropool en voorzien de stad dagelijks van groenten en fruit. De Bengaalse Farida Akhter droomt ook van groenten, en granen: zij ziet veel vergeten soorten terugkeren op het bord van haar landgenoten, en hoopt dat wij in Europa ook ontdekken hoe lekker de groenten, rijst en linzen uit Bangladesh zijn. Janet Awimbo uit Kenia ziet mogelijkheden voor polderen op z'n Afrikaans - maar is daarvoor wel op zoek naar moedige burgers. Eduardo Gudynas uit Uruguay droomt van onbetaalbare digitale horloges, symbool van de alsmaar groeiende consumptieverlangens van de mondiale middenklasse waar de planeet onmogelijk aan kan voldoen. Wat verderop op het continent wenst de Braziliaanse Moema Miranda een eigen lapje grond voor iedere boerenfamilie. Dat zal volgens haar het hele land goed doen. Terwijl de Filipijnse Zenaida Delica Willison voorziet dat we allemaal net zo oud kunnen worden als haar vorig jaar overleden vader (103), als we maar bereid zijn over te stappen op een gezonde levensstijl.

 

Daarmee zijn we gelijk aanbeland bij de opvallende constante achter de verschillende droomverhalen. Er is - in ieder geval bij de door ons geïnterviewde zuiderlingen - een wijdverbreide behoefte aan een terugkeer naar de menselijke maat. De een na de ander pleit voor een afslanking van te groot gegroeide steden, gekoppeld aan een revitalisering van het leeggelopen platteland. Met misschien als uitzondering de Egyptenaar Adly, maar die heeft dan ook drastische plannen voor de steden zelf. De anderen willen een verschuiving van de huidige steun voor grootschalige landbouw naar steun voor de miljoenen kleine boeren. Dat betekent in hun visie tevens een keuze voor traditionele kennis, respect voor de natuur en ecologisch verantwoorde landbouwmethodes. En het is een keuze tégen grootschaligheid, monocrops, het onbelemmerde gebruik van pesticiden en genetisch gemodificeerde zaden. "Grootschalige landbouw heeft ons opgezadeld met een klimaatcrisis, een watercrisis en een bijencrisis", stelt Farida Akhter. Ze wijst er ook op dat die productiewijze bovendien heel slecht uitpakt voor de positie van vrouwen.

Zijn dit de dromen van een handvol greenies, herrezen hippies die alle vooruitgang afwijzen en de realiteit van een wereldbevolking van straks 9 miljard mensen ontkennen? Geen sprake van, benadrukken ze stuk voor stuk. Traditionele waarden en de nieuwste technologiën gaan prima samen, stelt de moslim Emad Adly. Wordt in de Koran niet gehamerd op de noodzaak kwetsbare natuurlijke hulpbronnen als grond en water te ontzien? En stelt diezelfde Koran niet dat het de plicht is van iedere moslim zoveel mogelijk nieuwe kennis tot zich te nemen, ook als die uit niet-moslimlanden komt? In Zuid-Amerika beleeft de traditionele indiaanse visie op de relatie mens en natuur een wederopstanding. Het begrip buen vivir - te vertalen als het goede, maar sobere leven - is inmiddels zelfs opgenomen in de grondwetten van Ecuador en Bolivia. "Ook als we overstappen op buen vivir hebben we echt nog wel goede computers en andere apparatuur nodig", lacht Eduardo Gudynas. Technologie blijft hard nodig. Juist om ervoor te zorgen dat producten veel langer meegaan dan nu, en weer gerepareerd kunnen worden.

 

De Keniaanse Awimbo pleit voor herleving van de typisch Afrikaanse vorm van besluiten bij consensus nemen, maar dat moet wel een palaver in een nieuw jasje zijn. Jongeren en vrouwen nemen hun plaats aan de onderhandelingstafel in (of onder de grote, schaduwrijke baobab). "We willen niet langer dat een groep oude mannen de beslissingen neemt", zegt zij. En als Farida Akhter met de boeren in Bangladesh werkt aan de herwaardering van traditionele landmethoden en -producten, koppelt ze dat altijd aan de doorbreking van verstarde sociale structuren, zoals man-vrouwverhoudingen en het kastenonderscheid. Geen probleem, zegt ze, zolang het maar respectvol gebeurt. "Rekening houden met ieders gevoelens, terwijl je toch het systeem verandert."

De dromen overspannen wereldzeeën. De Bengaalse Akhter is het roerend eens met de Uruguayaan Gudynas dat mensen ook zonder luxe gelukkig kunnen zijn. Uiteindelijk wil iedereen een goed leven. "Dat zeggen boeren ook steeds tegen ons. Gelukkig zijn, dat is wat ze willen. Ze hoeven geen grote auto of heel veel geld op de bank. Veilig en goed voedsel, gezondheid voor henzelf en hun kinderen, de natuur in balans. Dat is wat gewone mensen willen."

 

De Malesisische Chee Yoke Ling zag in de afgelopen twee decennia veel vervliegen van het optimisme en de hoop die de Earth Summit in 1992 kenmerkten. Maar nu, in de aanloop naar Rio+20 ziet ze weer hoopvolle ontwikkelingen. "Ik droom nog altijd van sociale gelijkheid, rechtvaardigheid, harmonie met de natuur en een levensstijl die daarbij aansluit. Dat steeds meer jonge mensen zich nu inzetten voor duurzaamheid en voor een andere manier van leven inspireert me enorm."

 

Hans van de Veen & Han van de Wiel

Lees meer over dit onderwerp