Both ENDS


Gummen in minister Ploumens houtskoolschets

De grote vernieuwing in de besteding van wat nog over is van het Nederlandse budget voor ontwikkelingssamenwerking is het ‘Revolving Fund’. Uit dit fonds van 750 miljoen (in de komende drie jaar) kunnen bedrijven geld lenen voor activiteiten in het buitenland. Dat zou interessante mogelijkheden kunnen bieden voor de private sector in zich ontwikkelende landen. Helaas blijkt uit de zogenaamde ‘houtskoolschets’ waarin minister Ploumen de eerste lijnen van het fonds tekent, dat een groot deel van dit fonds gebruikt zal worden voor ‘ontwikkelingsrelevante export’. Uit onze ervaring met exportkredieten blijkt dat de ontwikkelingsrelevantie van dit soort financiering allerminst gegarandeerd is.

 

Both ENDS volgt al jaren Atradius DSB, het instituut verantwoordelijk voor exportkredietverzekeringen. Exportbevordering via kredietverzekeringen klinkt mooi op papier, maar de realiteit is anders. Via een ingewikkelde constructie tussen de ministeries van Financiën en Handel en Hulp komen de kosten van dit instrument op rekening van de belastingbetaler in ontwikkelingslanden. Recent onderzoek van Eurodad wijst uit dat 80% van de bilaterale schulden van ontwikkelingslanden veroorzaakt is door dit soort verzekeringen.

 

Bovendien is het droevig gesteld met de transparantie van Atradius. Het laatste onderzoek dat we deden naar een exportkrediet in Brazilië behelsde de uitbreiding van de haven van Suape, bij Recife. We zagen bevestigd dat Atradius DSB geen verantwoordelijkheid neemt voor informatie en inspraak voor de lokale bevolking daar. De sociale- en milieuschade en de afwezigheid van de mogelijkheid om de kredietverzekeraar ter verantwoording te roepen, kan je met de beste wil van de wereld geen ontwikkelingsrelevante toestand noemen. Dit, terwijl het eigen MVO-beleid van Atradius roept op om sociale- en milieuproblemen te voorkomen bij overheidssteun voor het Nederlands bedrijfsleven actief  in het buitenland. Zo werkt het dus niet.

 

En dat is geen wonder als je bedenkt dat slechts twee mensen bij Atradius verantwoordelijk zijn voor de MVO-screening van een portefeuille van (in 2011) € 8,2 miljard. De problemen in Brazilië komen waarschijnlijk ook op andere plaatsen voor. Zolang Atradius niet samenwerkt met lokale actoren in de gebieden waar met hun steun Nederlandse bedrijven werken, zal het geld vanuit het ‘Revolving Fund’ met zeer waarschijnlijk niet ontwikkelingsrelevant ingezet worden.

 

Er is een gapend gat tussen het MVO-beleid dat op papier de basiscondities moet scheppen voor ontwikkelingsrelevante investeringen en de realiteit van dit soort instrumenten en de financiële constructies erachter. Zolang hier geen stevige oplossingen voor komen doet de minister er goed aan de vlakgum ter hand nemen en dit deel van haar houtskoolschets weer wit maken.

 

Zie voor de relatie tussen exportkredieten en schulden:

website van Eurodad:

Zie hier het onderzoek naar Suape (Brazilië):


Nl
En

schrijf u in
  • 160916_palmolieknop.png
  • 160916_Nicaraguakanaalknop.png
  • banner_climate_fund.png
  • banner_jwhi2.png
  • banner_richforests.png
  • banner_harbour_expansion.png
  • banner_barro_dam.png
  • schrijf u in