Both ENDS


Dossier Exportfinanciering

foto_2.jpg

Welke effecten hebben exporten en investeringen op mensen en hun leefomgeving? Sinds een jaar of twintig kijken financiële instellingen hiernaar bij het verstrekken van steun aan bedrijven. Bedrijven worden geacht schade zoveel mogelijk te voorkomen of waar dat onmogelijk is ten minste te zorgen voor voldoende compensatie. Ook de zogenaamde Export Credit Agencies (ECA’s) hebben onderling afgesproken daarop toe te zien. Samen vormen deze ECA’s wereldwijd de belangrijkste bron van financiële overheidssteun voor industriële projecten in ontwikkelingslanden.

 

Foto: Schristia/Flickr


Export Credit Agencies bieden een breed scala aan leningen, garanties en verzekeringen aan particuliere bedrijven uit het eigen land, die zaken doen in het buitenland. Zo wordt het makkelijker voor deze bedrijven en ondernemers om zich in te dekken tegen betalingsrisico’s, in het bijzonder in ontwikkelingslanden. Via de ECA staat de eigen overheid garant bij al dit soort transacties. Als er inderdaad verlies of schade wordt geleden, wordt dat uiteindelijk opgevangen door de overheid, die dat geld vervolgens alsnog in het ontwikkelingsland probeert te achterhalen.

ACHTERGRONDINFORMATIE


Ook Nederland heeft een ECA: Atradius Dutch State Business. Vanwege de zorgplicht van overheden zou het niet meer dan logisch zijn dat projecten of ondernemingen pas in aanmerking komen voor een exportkredietverzekering als ze aan strenge eisen voldoen om negatieve effecten op ecologisch-, sociaal- of mensenrechtengebied te voorkomen. Maar dat is niet het geval: de voorzorgsmaatregelen van ECA’s bestaan uit tamelijk vrijblijvende inspanningsverplichtingen die duidelijk minder streng zijn dan die voor de meeste multilaterale banken. Een veel gehoord argument ter verdediging is dat ‘ECA’s vooral het eigen bedrijfsleven moeten ondersteunen’. Ontwikkeling en welzijn buiten Nederland is geen primair doel, zoals het geval is bij ontwikkelingsbanken als de Wereldbank.

 

Both ENDS vindt dat álle bedrijven, dus ook ECA’s zelf, de plicht hebben om te zorgen dat hun activiteiten zoveel mogelijk ten goede komen aan iedereen, en in elk geval aan niets en niemand schade berokkenen. Daarom houden we het beleid en de in recente jaren enorm gegroeide portefeuille van Atradius DSB – momenteel meer dan € 15 miljard op jaarbasis – goed in de gaten. Omdat het beleid van ECA’s internationaal wordt afgestemd in de EU en de OESO, volgt Both ENDS de beleidsagenda in die fora in samenwerking met het internationale ECA-Watch netwerk.

 

Het grootste probleem van ECA’s is het gebrek aan transparantie. Hoewel ze de grootste financiers zijn van projecten in ontwikkelingslanden, geven ze hier nauwelijks informatie over vrij. Lang niet alle transacties worden gepubliceerd en de namen van bedrijven waarmee ze samenwerken worden vaak niet onthuld. Individuele transacties worden nauwelijks gemonitord of geëvalueerd, en iedere informatie daarover wordt zorgvuldig afgeschermd. Ook het beleid van ECA’s zelf wordt nauwelijks extern en onafhankelijk geëvalueerd. Daardoor zijn de beleidsvoering van ECA’s en de effecten van hun activiteiten nauwelijks te controleren.

 

De OESO heeft aanbevelingen voor het voorzorgbeleid van ECA’s opgesteld: de zogenaamde “Recommendation of the Council on Common Approaches for Officially Supported Export Credits and Environmental and Social Due Diligence”. Helaas zijn deze richtlijnen niet bindend en staat het ECA’s vrij ervan af te wijken. Both ENDS dringt bij de Nederlandse overheid aan op een actief beleid om verbeteringen op het ECA-dossier bij de OESO te bevorderen. Ook moet op dit vlak actief bijgedragen aan een dialoog met opkomende economieën zoals China of Brazilië, die de afgelopen jaren flink sterker zijn geworden, en geen deel uitmaken van de OESO.

 

ECA’s hebben maar zelden overleg met maatschappelijke organisaties in de landen waar de projecten plaatsvinden. De belangen van de lokale bevolking en het behoud van de natuurlijke omgeving spelen over het algemeen geen rol bij beslissingen over het al dan niet toekennen van financiering. Daarnaast is er weinig financiële verantwoording. Schade-uitkeringen vanwege betalingsproblemen bij individuele transacties worden niet gespecificeerd. De kosten die gemoeid zijn met het uiteindelijk kwijtschelden van exportkredietschulden, worden betaald uit het budget van Ontwikkelingssamenwerking. Er is daarover weinig, té weinig bekend bij het grote publiek en er is nauwelijks politieke interesse om deze problemen aan te pakken.

ROL BOTH ENDS


Both ENDS spreekt onder meer de politiek aan op misstanden rond de ECA’s. Dat begon al in 2001, toen wijlen staatssecretaris Ybema van Buitenlandse Handel (Kabinet Kok-II, 1998-2002) in een officiële nota stelde dat het Nederlandse regeringsbeleid aan kop liep op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Rond diezelfde tijd had Both ENDS vertrouwelijke notulen toegespeeld gekregen van onderhandelingen over ECA’s bij de OESO, waaruit duidelijk werd dat Nederland juist beweerde dat duurzame ontwikkeling en exportkredieten niets met elkaar te maken hadden. Both ENDS speelde deze notulen daarop door aan toenmalig Kamerlid Bert Koenders (PvdA), met de oproep aan deze hypocrisie een einde te maken. Ook in het Financieel Dagblad verscheen hierover een oproep. Dit leidde tot direct ingrijpen van de staatssecretaris die uiteindelijk een belangrijke bijdrage leverde aan de totstandkoming van de eerste versie van de hierboven genoemde "Common Approaches” van de OESO.

 

Op aandringen van Both ENDS publiceert Atradius DSB sinds 2002 beknopte informatie op haar website over nieuwe ECA-gesteunde transacties. Voor projectenaanvragen waarbij aanzienlijke milieuschade wordt voorzien, stelt Atradius DSB - volgens internationale afspraken relevante - milieu-informatie beschikbaar. Both ENDS zorgt ervoor dat dergelijke informatie ook zoveel mogelijk met maatschappelijke organisaties in het betrokken land wordt gedeeld. Samen met partners in het Zuiden onderzoekt Both ENDS de effecten van specifieke transacties die door Atradius DSB zijn ondersteund. Op die manier proberen we eraan bij te dragen dat het beleid van Atradius DSB niet alleen op papier wordt aangescherpt, maar ook in de praktijk effectief wordt uitgevoerd.

 

Allerlei door Atradius DSB gesteunde transacties lopen via financieel gecompliceerde constructies in belastingparadijzen. Dat bleek uit recent onderzoek van Both ENDS.  Dit soort onderzoek onderstreept dat ECAs veel transparanter moeten worden en dat de politieke controle op die transparantie sterk moet verbeteren. Both ENDS houdt bovendien een scherp oog op exportkredietschulden: samen met andere ontwikkelingsorganisaties werken we eraan om de eventuele groei van dergelijke schulden te voorkomen. We maken ons hard voor kwijtschelding van exportkredietschulden. De kosten daarvoor kunnen en moeten betaald worden uit inkomsten die ECA’s hebbenuit premies en rentebetalingen van hun klanten.

 

Behalve op nationaal niveau, werken we ook op internationaal vlak aan de regulering van, en de controle op het beleid van ECA’s.  We werken nauw samen met het ECA-Watch netwerk, waarmee we gezamenlijk pleiten voor beleidshervormingen die ervoor zorgen dat niet alleen Atradius DSB, maar die ook de ECA’s van andere EU lidstaten en de OESO zich aan strengere regels moeten houden.

BOTH ENDS CONTACTPERSONEN



Nl
En

schrijf u in
  • 160916_palmolieknop.png
  • 160916_Nicaraguakanaalknop.png
  • banner_climate_fund.png
  • banner_jwhi2.png
  • banner_richforests.png
  • banner_harbour_expansion.png
  • banner_barro_dam.png
  • schrijf u in