Both ENDS


Wereldhandelsorganisatie (WTO)

Market_Uganda_NeilsPhotography_on_Flickr.jpg

Vrijhandel lijkt een toverwoord voor het oplossen van allerlei problemen. Vanaf het midden van de twintigste eeuw werd het vooral gezien als middel om armoede en ongelijkheid tegen te gaan, maar in de laatste drie decennia lijkt vrijhandel een doel op zich te zijn geworden. In 1948 namen 23 landen het initiatief voor een overeenkomst over Tarieven en Handel (General Agreement on Tariffs and Trade – GATT) met afspraken over vrijhandel en open grenzen. In de loop der jaren sloten steeds meer landen zich erbij aan. Tijdens de onderhandelingen van de GATT die plaatsvonden van 1986 tot 1993 (de zogenaamde ‘Uruguay-ronde’) werd besloten de wereldhandel nog verder te liberaliseren. Er moest bovendien een organisatie komen die daar krachtig op kon toezien en daarom werd in 1995 de Wereldhandelsorganisatie of ‘World Trade Organization’ (WTO) opgericht.

(photo: NeilsPhotography on Flickr)


De WTO is een van de machtigste organisaties ter wereld en heeft als enige doel het stimuleren van vrijhandel. De WTO heeft haar secretariaat in Genève en telt momenteel 161 leden (lidstaten), voornamelijk ontwikkelingslanden. Hiermee vertegenwoordigt de WTO bijna 100% procent van alle wereldhandel. De WTO wordt geleid door de lidstaten zelf en het wetgevende orgaan wordt gevormd door de Ministeriële Conferentie die elke twee jaar samen komt. Besluitvorming gaat officieel volgens consensus –álle lidstaten moeten akkoord gaan - en in theorie hebben álle lidstaten veto-macht.

 

De onderhandelingsmacht van verschillende WTO-lidstaten hangt in de praktijk sterk samen met het marktaandeel van een land op de wereldmarkt. Bovendien hebben ontwikkelingslanden vaak minder financiële middelen en mankracht om zichzelf binnen de WTO te vertegenwoordigen en worden ze soms letterlijk uitgesloten van bepaalde onderhandelingen. Ook al zijn ontwikkelingslanden binnen de WTO dus in de meerderheid, in de praktijk hebben ze minder in de melk te brokkelen.

 

In 2001 begon de eerste onderhandelingsronde binnen de WTO, die momenteel nog steeds loopt: de zogenaamde "ontwikkelingsronde" of 'Doha-development round'. De WTO-leden spraken in Doha, de hoofdstad van Qatar, af dat de WTO-regels, die tot nu toe vooral aandacht hadden voor de belangen van rijkere landen, meer in lijn zouden worden gebracht met die van ontwikkelingslanden. Onderhandelingen binnen de Doha-ronde gaan echter zeer traag: ontwikkelingslanden vinden dat er te weinig aandacht is voor hun belangen en rijkere landen vinden dat zíj juist niet genoeg voor elkaar krijgen.

ACHTERGRONDINFORMATIE


Wat aan de vergadertafels van de WTO wordt besloten kan zeer grote gevolgen hebben voor mens en milieu wereldwijd, en daarom volgt Both ENDS de WTO op de voet. Hieronder de voornaamste gedeelde punten van kritiek op de WTO op een rij:

 

  • Mens en milieu moeten belangrijker zijn dan vrijhandel

Vrijhandel is binnen de WTO het hoogste doel en internationale en nationale afspraken over het beschermen van mens en milieu worden door afspraken over vrijhandel vaak ondermijnd. Vrijhandelsovereenkomsten en WTO-regels maken het voor nationale overheden vaak moeilijk om wetten en regels te implementeren of te verbeteren omdat zulke nationale beslissingen ondergeschikt zijn aan WTO-regels. Als WTO-leden de regels overtreden kunnen er flinke sancties en boetes worden opgelegd. Tot nu toe zijn er al zo’n 500 cases voor de WTO gebracht.

 

Zo heeft de EU bijvoorbeeld een langlopend conflict met de VS over het toelaten van hormoonvlees op de Europese markt. De EU weert hormoonvlees al vanaf 1981 vanwege risico’s voor de gezondheid en dierenwelzijn. Maar volgens de WTO-regels mag hoe iets is geproduceerd, geen reden zijn om een product te weren, ook niet als die productiemethode leidt tot ernstige milieuvervuiling of andere negatieve gevolgen voor mens en natuur. De EU verloor deze zaak en de WTO legde de EU een sanctie op van $116.8 miljoen per jaar. Momenteel liggen er meerdere aanklachten tegen landen die hun duurzame energiesector willen versterken, zoals een recente klacht van de VS tegen India. India wil haar zonne-energiesector steunen, maar de VS steekt hier een stokje voor. WTO-regels over intellectueel eigendom belemmeren ook de beschikbaarheid van betaalbare medicijnen voor lokale bevolking en bedreigen traditionele systemen die lokale kleinschalige boeren hanteren voor het uitwisselen van zaden. 

 

  • Sommige landen kunnen boetes veel makkelijker betalen dan andere

Dezelfde WTO-regels kunnen voor rijke en arme landen verschillende gevolgen hebben. Als rijke landen een WTO-regel overtreden kunnen zij ervoor kiezen de boete ‘gewoon’ te betalen omdat ze voldoende geld hebben. Ontwikkelingslanden kunnen die boetes vaak niet zo gemakkelijk betalen en zijn dus vaak meer geneigd deze boetes te voorkomen door  wetgeving die mogelijk tegen WTO regels ingaat, niet in te voeren. Mens en milieu in ontwikkelingslanden dreigen dus meer negatieve gevolgen van WTO-regels te ondervinden dan die in rijke landen.

 

  • Gelijk speelveld is niet altijd voor iedereen gunstig

Het ‘gelijke speelveld’ waar de WTO voor staat, is voor ontwikkelingslanden vaak onvoordelig. Kleinschalige producenten in deze landen lopen groot risico te worden weggeconcurreerd door grote buitenlandse bedrijven die goedkoper kunnen produceren, vaak mede dankzij directe of indirecte overheidssteun. Maar ook zonder dit soort overheidssteun in rijkere landen zouden de economieën van ontwikkelingslanden vaak nog niet voldoende ontwikkeld zijn om de internationale concurrentie aan te kunnen.

 

De huidige WTO-regels over landbouwsubsidies zijn behoorlijk ingewikkeld, maar duidelijk is wel dat ze zo in elkaar zitten dat ze vooral voordelig zijn voor rijkere landen als Japan, de VS en de EU. Zo kunnen deze landen doorgaan met het subsidiëren van hun landbouwsector terwijl ontwikkelingslanden die op een andere manier, bijvoorbeeld door middel van importheffingen hun eigen landbouwsector willen ondersteunen (omdat subsidies te duur zijn), hoge WTO-sancties boven het hoofd hangen.

 

  • 'Iedereen is gelijk, maar sommigen zijn meer gelijk dan anderen’

Landen kunnen elkaar binnen de WTO weliswaar aanklagen, maar het resultaat daarvan hangt heel erg af van de pressiemiddelen die een land tot zijn beschikking heeft. Het sanctiesysteem van de WTO zit zo in elkaar dat de effecten ervan disproportioneel zijn. Zo zou een land als Burkina Faso theoretisch gezien de VS kunnen dreigen met een economische sanctie als de VS een WTO-regel overtreedt. De VS zou daar waarschijnlijk maling aan hebben omdat haar afzetmarkt in Burkina Faso toch al niet of nauwelijks bestond. Als de VS echter dreigt geen producten meer uit Burkina Faso meer te importeren als het land haar grenzen niet openstelt voor Amerikaanse goederen, dan zou dat veel ernstiger gevolgen kunnen hebben voor de nationale economie van het Afrikaanse land.

 

  • Te weinig transparantie en democratie

De onderhandelingsprocessen binnen de WTO zijn ondoorzichtig en ongrijpbaar en nationale parlementen hebben weinig invloed op de beslissingen die binnen de WTO worden gemaakt. Bovendien vinden onderhandelingen vaak deels plaats in de zogenaamde ‘achterkamertjes’ en informele ‘minitops’ waarbij niet alle landen worden uitgenodigd. Om ‘consensus’ te bereiken wordt er vaak voor het gemak van uitgegaan dat landen die niet actief tegen stemmen, automatisch vóór zullen zijn. Landen die van deze onofficiële werkwijze profiteren stellen vaak dat deze noodzakelijk zou zijn omdat er anders nooit beslissingen in de WTO genomen zouden kunnen worden.

ROL BOTH ENDS


De Doha-ronde die in 2001 van start is gegaan heeft als doel de belangen van ontwikkelingslanden binnen de WTO beter te vertegenwoordigen. Maar rijke landen, zoals de VS, handelen binnen de WTO nog steeds voornamelijk in hun eigen commerciële belang. Both ENDS zet zich er samen met andere maatschappelijke organisaties voor in dat de Nederlandse overheid en de Europese Commissie dit niet doen en zich daadwerkelijk inzetten voor de belangen van ontwikkelingslanden.

 

In 2013 was Both ENDS tijdens de Ministeriële Conferentie van de WTO op Bali officieel adviseur vanuit het maatschappelijk middenveld voor de Nederlandse overheid. Ook voor de komende conferentie, op 15-18 december 2015 in Nairobi, Kenia, zal Both ENDS deze rol op zich nemen. Dit betekent dat er een afgevaardigde van Both ENDS mee reist met de Nederlandse delegatie om de overheid van binnenuit te informeren over de standpunten en zorgen van maatschappelijke organisaties wereldwijd.

 

Naast het direct beïnvloeden van de Nederlandse regering en de EU, werkt Both ENDS ook voortdurend samen met maatschappelijke organisaties in ontwikkelingslanden. We voorzien deze organisaties van informatie zodat ze op kunnen komen voor hun belangen en hun eigen overheden ertoe kunnen bewegen zich in onderhandelingen over handels- en investeringsverdragen binnen en buiten te WTO sterk te maken voor mens en milieu.

 

Meer informatie over de rol van Both ENDS tijdens de ministeriële conferentie in Nairobi

 

AppleMark

Photo: Free Range Jace on Flickr

 

BOTH ENDS CONTACTPERSONEN


Burghard Ilge [at] bothends.org


Nl
En

schrijf u in
  • 160916_palmolieknop.png
  • 160916_Nicaraguakanaalknop.png
  • banner_climate_fund.png
  • banner_jwhi2.png
  • banner_richforests.png
  • banner_harbour_expansion.png
  • banner_barro_dam.png
  • schrijf u in