Both ENDS


Groene economie...mooie woorden niet genoeg.

Een paar dagen geleden hoorde ik een treurig bericht uit Ecuador over een onderwerp waar we ons hier in Nederland ook het hoofd over breken: welk prijskaartje hangt er aan de natuur? President Correa verkondigde in een toespraak dat hij het initiatief om Yasuni - een ongerept en beschermd natuurgebied in de Amazone -  vrij te houden van olieboringen, ten grave zou dragen. Hij zei niet anders te kunnen: het betalen voor het behoud van het bos had maar een fractie opgeleverd van wat het oppompen van de olie onder datzelfde bos in het laatje zou brengen. Correa lijkt ervan overtuigd dat hij zijn begroting alleen sluitend kan maken door zijn eigen wetten te overtreden, de beschermde status van het gebied op te heffen en Yasuni open te stellen voor olieboringen.

 

Als milieueconoom loop ik al 25 jaar op tegen het enorme verschil tussen de theorie van de ‘economische waarde van de natuur’ (die heel hoog is) en de praktijk, waarin niemand die waarde ook daadwerkelijk wil neertellen. Het initiatief uit Ecuador gaf mij hoop dat die ‘groene economie’, waarin men bereid is te betalen voor waardevolle ecosystemen, toch mogelijk zou zijn. De ervaring in Yasuni laat helaas zien dat er meer nodig is dan studies en mooie woorden van CEO’s en directeuren van internationale platforms tijdens Rio+20 of het World Economic Forum. De theorie van de Groene Economie gaat mank op twee cruciale punten:

 

We weten wat de waarde van natuur is, maar keer op keer wordt duidelijk dat niemand bereid is die prijs te betalen. In de huidige wereldmarkt kan de natuur niet concurreren met producten en diensten uit de reële economie. Een eindeloze reeks rapporten, zoals het veelgeprezen TEEB-rapport, vertelt wat de waarde van natuur in theorie is, maar die waarde is in ons economisch handelen niet relevant. Kijk maar naar Yasuni; we betalen nog steeds liever harde euro’s voor de olie in de grond dan voor het bos en het water erboven.

 

Een tweede mythe van de groene economie is dat duurzaam ondernemerschap vanzelf ontstaat. Maar ondernemers kunnen pas verdienen aan groene activiteiten als die rendabel zijn. We zullen via heffingen, boetes, regulering en andere impopulaire maatregelen een markt moeten  creëren waarin duurzaamheid inderdaad kan concurreren met  niet-duurzame activiteiten. Overheden zijn hierin onmisbaar. Zolang ze zich ‘terugtrekken’ en niet bereid zijn vervuilers te laten betalen en duurzaamheid te belonen, zal de omslag naar een echt groene economie niet plaatsvinden.

 

Wat in Ecuador gebeurt is doodzonde; een president voelt zich in de kou gezet door de internationale gemeenschap die groen vooral door een ander wil laten doen. Diezelfde president neemt daarom de bizarre beslissing om - tegen zijn eigen wetgeving in - een natuurpark open te stellen voor olieboringen. En wij staan erbij en kijken er naar, sterker nog, we helpen hier in Nederland een handje door te blijven inzetten op fossiele brandstoffen en niet-duurzame productiemethoden. Laten we de kennis die we hebben over de waarde van natuur omzetten in gezond economisch beleid, zodat het groen van Yasuni meer oplevert dan het zwart eronder!

 

 


Nl
En

schrijf u in
  • 160916_palmolieknop.png
  • 160916_Nicaraguakanaalknop.png
  • banner_climate_fund.png
  • banner_jwhi2.png
  • banner_richforests.png
  • banner_harbour_expansion.png
  • banner_barro_dam.png
  • schrijf u in