Both ENDS


Oorverdovende stilte

De Tweede Kamer zal tijdens het debat over de beleidsnota hulp en handel op 23 mei veel vragen hebben aan minister Ploumen. Het gesprek zal gaan over het bedrijvenfonds, de besteding van klimaatgelden en over de rol van maatschappelijke organisaties bij het realiseren van haar ambities. Maar rondom één onderwerp dreigt een oorverdovende stilte: milieu. En dus stel ik maar even de vraag: waarom degradeert de minister milieu tot een zogenaamd ‘doorsnijdend thema’ waar geen geld meer voor beschikbaar is?

 

Nederland is jarenlang een positieve uitzondering geweest in de internationale donorwereld. Naast de NPL, WNF en de milieufederaties, hadden we een overheid die erkende dat productieve ecosystemen de basis zijn van welke vorm van ontwikkeling dan ook. Omdat armoedebestrijding en milieu onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, maakte de overheid extra budget vrij voor milieu binnen het ontwikkelingswerk. Dat is hard nodig want een derde van de wereldbevolking, waarvan een groot deel vrouwen, is direct afhankelijk van land, water en bos voor hun dagelijks bestaan.

 

Juist dat deel van de mensheid staat onder grote druk. Klimaatverandering, maar vooral de enorm groeiende druk op land en water voor voedselproductie maar ook voor vervanging van fossiele brandstoffen –biobrandstoffen, schaliegas, hydropower; de steeds maar uitdijende economie tast cruciale ecosystemen onherstelbaar aan. Nu de minister die economie nog eens flink wil bevorderen is het niet meer dan logisch als ze ook werkt aan versterking van de rechten op land en water. Daar hoort bij dat ze duidelijke eisen stelt aan bedrijven die ondernemen in de gebieden waar deze mensen leven.

 

Maar zelfs als we niet puur naar ontwikkelingswerk kijken en meer de lijn van mondiale economische ontwikkeling en de BV Nederland volgen, is milieu een thema van formaat: volgens berekeningen door een groep financieel experts, verenigd in het TEEB-initiatief, kost het verdwijnen van ecosystemen de wereldeconomie jaarlijks tussen de 2.000 en 4.500 miljard dollar. Succesvol beleid op handel en hulp kan dus niet zonder een gedegen investering in productieve ecosystemen.

 

Minister Ploumen heeft gelukkig genoeg ruimte in haar nota gelaten om aan de slag te kunnen. Een voorbeeld zijn de klimaatgelden. In 2017 gaat het al om 660 miljoen en daarna wordt het zogenaamde Green Climate Fund alleen maar groter. Om te werken aan armoedebestrijding kan de minister er niet om heen werk te maken van aanpassing aan klimaatverandering. Immers, arme mensen zijn geen veroorzakers van klimaatverandering, maar zijn wel het meest kwetsbaar. Hun leefomgeving moet zo snel mogelijk worden aangepast aan veranderende weers- en wateromstandigheden. Dat lukt alleen als dat geld bij gewone mensen op de grond in ontwikkelingslanden terecht komt en niet als het de zoveelste stimulering voor het internationale bedrijfsleven wordt.

 

Water en voedselzekerheid zijn speerpunten in het beleid van Ploumen. Maar zonder aandacht voor het milieu gaat ze haar doelen op die onderwerpen niet halen. Armoedebestrijding werkt niet als de rechten niet worden gerespecteerd van de directe gebruikers van het milieu, boeren, vissers en de stedelijke bevolking die gezond drinkwater nodig heeft. Laat de Tweede Kamer de minister duidelijk maken dat zonder het versterken van het milieu in de landen waarin ze actief is, de bodem uit haar beleid valt.


Nl
En

schrijf u in
  • 160916_palmolieknop.png
  • 160916_Nicaraguakanaalknop.png
  • banner_climate_fund.png
  • banner_jwhi2.png
  • banner_richforests.png
  • banner_harbour_expansion.png
  • banner_barro_dam.png
  • schrijf u in