Both ENDS


Nederland stopt €100 miljoen in het Groene Klimaatfonds

maandag 17 november 2014

Door Leonie Wezendonk

Het Groene Klimaatfonds - hét nieuwe internationale fonds dat door de VN wordt opgezet om ontwikkelingslanden te steunen bij het terugdringen van CO2-uitstoot (mitigatie) en het tegengaan van de gevolgen van klimaatverandering (adaptatie) - begint een stevige basis te krijgen. Stevig genoeg in elk geval om rijke landen als Nederland te bewegen er geld in te gaan steken. Tijdens de Klimaattop die afgelopen september in New York plaatsvond, beloofde een aantal landen al geld aan het fonds. Duitsland en Frankrijk gaan allebei $1 miljard bijdragen, en vorige week kondigde minister Ploumen aan dat Nederland een bedrag van €100 miljoen in het fonds stopt. De VS doen nog $3 miljard in het zakje en Japan $1,5 miljard. Dat maakt een totaal van $7,5 miljard aan toezeggingen en dat komt langzaam in de buurt van de $10 miljard die de VN klimaatconventie (UNFCCC) als doel had gesteld voor de beginfase. Het is nog maar een fractie van de $100 miljard per jaar die vanaf 2020 in het fonds beschikbaar zou moeten zijn, maar het is een begin. Deze week vindt ook nog een “High-level Pledging Session” plaats in Berlijn. Daar zullen hopelijk ook landen als het Verenigd Koninkrijk en Canada laten weten wat hun bijdrage zal zijn.

Marathonbijeenkomst

3 weken geleden zat ik op het Caribische eiland Barbados, voor de 8e boardmeeting van het Green Climate Fund (GCF). Als NGO-afgevaardigde mocht ik de verhitte discussies van de GCF-board op een groot scherm volgen. Het Groene Klimaatfonds moet begin 2015 operationeel worden, wat betekent dat de druk voor het bestuur om belangrijke beslissingen te nemen steeds groter wordt. Stapels papierwerk om vooraf te lezen, een overvolle agenda en een marathonbijeenkomst (de laatste dag tot 03:00 ‘s nachts) waren het gevolg.

 

Wie beslist?

Wat we telkens bij het bestuur van het Groene Klimaatfonds op de agenda proberen te zetten, is ‘Country Ownership’. Dat wil zeggen dat landen die klimaatgeld ontvangen uit het Fonds, zélf mogen bepalen hoe ze dat besteden. De kans dat het geld dan effectief besteedt wordt, is veel groter dan wanneer die beslissingen door buitenstaanders worden genomen. Lokale organisaties hebben vaak veel meer kennis om oplossingen voor de specifieke problemen in hun regio te vinden, dus is het niet meer dan logisch hen intensief te betrekken bij beslissingen over de besteding van het geld. Ik was blij dat het onderwerp deze keer – eindelijk! – werd besproken in het bestuur. Maar is het al genoeg als alleen de nationale overheid van een land toegang krijgt tot klimaatgeld? In de bestuursvergadering ging het vooral daarover, terwijl het juist zo belangrijk is dat ook - en vooral - lokale organisaties de beschikking krijgen over geld uit het fonds en mogen meebeslissen over wat ermee gebeurt. Die garantie is er nu niet.

 

Een NDA? Wat is dat?

Uiteindelijk besloot het bestuur wél dat projectvoorstellen voor het fonds actief moeten worden goedgekeurd door de zogenaamde ‘National Designated Authorities‘ (NDAs). Deze nationale instanties, waarvan er in elk ontvangend land één wordt aangewezen, moeten projectvoorstellen eerst toetsen aan nationale plannen en prioriteiten. Projecten worden dus niet meer automatisch goedgekeurd als niemand bezwaar aantekent. Maar ook hier zitten nog wel wat haken en ogen aan. Wie zit er bijvoorbeeld in de NDA? En wie gaat daarover? En hoe komt de NDA tot zijn besluitvorming? Daar zijn wel richtlijnen voor, maar daar hoeven landen zich niet verplicht aan te houden. Lokale gemeenschappen, organisaties en andere belanghebbenden zullen vaker niet dan wel betrokken worden bij de besluitvorming van een NDA. Wij vinden daarom dat deze richtlijnen bindend zouden moeten zijn. Daar is dus nog werk aan de winkel.

 

Geld is macht

Een ander heet hangijzer tijdens de vergadering was de ‘Policy for Contributions’. Donorlanden vinden dat hoe meer ze bijdragen aan het fonds, hoe meer stemrecht ze moeten krijgen. Daarnaast vinden ze ook dat ze moeten kunnen bepalen waaraan hun bijdrage precies wordt besteed. Geoormerkte financiering dus. Dit is totaal in strijd met zowel het net bevochten ‘Çountry Ownership’,  als het basisdoel van het  Groene Klimaatfonds: ‘to support developing countries to design their OWN climate-compatible development pathways.’ Ontvangende landen waren dan ook fel tegen, en na een lange dag onderhandelen en discussiëren werden beide voorstellen gelukkig door het bestuur van tafel geschoven.

 

Het eiland Barbados is een van de plekken waar de gevolgen van klimaatveranderingen van grote invloed zullen zijn. De locatie van de bijeenkomst moest bijdragen aan het gevoel van urgentie om nu een vloedgolf aan goede beslissingen te nemen. Wellicht zat het bestuur te veel in de luxe Hilton-hotel bubbel om die realiteit goed door te laten dringen? Er zijn zeker stappen gezet, maar of het fonds gaat waarmaken waarvoor het is opgezet – daar moeten we nog steeds aan blijven werken.

 

Leonie Wezendonk is beleidsmedewerker bij Both ENDS.

 

Voor meer informatie:

 

Blog (in het Engels) door Sena Alouka, Directeur van 'Jeunes Volontaires pour l’Environnement' in Togo, waarin hij de voortgang van het Groene Klimaatfonds beschrijft en bekijkt hoe Afrika bezig is met klimaatfinanciering. 


Onze 'long read' over het Groene Klimaatfonds

 

 


Nl
En

schrijf u in
  • 160916_palmolieknop.png
  • 160916_Nicaraguakanaalknop.png
  • banner_climate_fund.png
  • banner_jwhi2.png
  • banner_richforests.png
  • banner_harbour_expansion.png
  • banner_barro_dam.png
  • schrijf u in