Both ENDS


Anouk Franck en Annelieke Douma: Een enorme berg geld

1Annelieke_en_Anouk_kl.jpg

Deze week komen ze in Berlijn bij elkaar, de 24 bestuursleden van het Groene Klimaatfonds. Het fonds heeft mogelijk 100 miljard dollar per jaar vanaf 2020; de grootste berg geld in de wereldgeschiedenis die door rijke landen aan arme landen uitgegeven wordt. Het geld uit het Groen Klimaatfonds is bedoeld voor projecten die klimaatverandering tegengaan en de gevolgen ervan opvangen. Het ‘Green Climate Fund’, zoals het officieel heet, is in 2010 opgericht tijdens de VN-klimaattop in Cancun. Nederland heeft, samen met Denemarken, een plek in het bestuur. We bepalen dus mee hoe deze enorme bedragen verdeeld worden. Maar hoe kunnen we er zeker van zijn dat het geld goed wordt verdeeld en besteed? Daarover zijn de meningen namelijk nogal verdeeld.

 

 De rijke landen mikken op een zo efficiënt mogelijke besteding via bestaande kanalen en instanties, zoals bijvoorbeeld de Wereldbank.  Ze hebben zelf te kampen met de economische crisis en krimpende staatskassen. Om hun klimaatbeloften toch waar te maken, hopen ze het bedrijfsleven in te zetten, dat ze met subsidies willen stimuleren te investeren in klimaat. Maar komt het geld op die manier terecht bij de gemiddelde arme boerin in Kenia die haar oogst ziet mislukken door toenemende droogte? Dat is nog maar de vraag.

 

Ontwikkelingslanden zetten in op ‘Direct Access’, ofwel: nationale overheden krijgen directe toegang tot de dollars. Ze kunnen dan zelf beslissen wat de beste manier is om dit in eigen land te besteden. Dit bevordert niet alleen betrokkenheid van die overheden, maar het geld wordt ook beter besteed door de integratie in bestaande structuren en beleid. Maar zullen de dollars op die manier doorsijpelen naar hen die het hardst getroffen worden door klimaatveranderin? Zullen veelbelovende klimaatinitiatieven van organisaties buiten de nationale overheid worden meegenomen?

 

De gevolgen van klimaatverandering worden lokaal gevoeld. Op dat niveau zijn mensen, maatschappelijke organisaties, lokale overheden en bedrijven actief op zoek naar manieren om zich aan te passen aan zwaardere omstandigheden. Ze werken aan kleinschalige irrigatie, erosiepreventie of gaan over op gewassen die beter tegen droogte bestand zijn. Ook bieden zij duurzame oplossingen voor het terugdringen van CO2-uitstoot. Deze lokale actoren zouden daarom niet alleen moeten meeprofiteren van klimaatgeld, ze zijn essentieel voor de beslissing waar het geld uiteindelijk het best tot zijn recht komt. Zij hebben gedetailleerde kennis van specifieke omstandigheden in hun gebied en weten wat wel en niet werkt.

 

Ervaringen met andere klimaatfondsen laten zien dat de dollars veelal nog via multilaterale kanalen worden weggezet, er weinig sprake is van Direct Access, en het lokale niveau onvoldoende wordt bereikt. Gaat het Groene Klimaatfonds het deze keer echt anders aanpakken, zoals het zichzelf heeft beloofd? Neemt het de rol van nationale overheden en lokale actoren serieus? En zorgen landen als Nederland dan ook dat het belang van arme landen en de meest kwetsbare groepen centraal staat? We zullen het zien deze week.

 

 


Nl
En

schrijf u in
  • 160916_palmolieknop.png
  • 160916_Nicaraguakanaalknop.png
  • banner_climate_fund.png
  • banner_jwhi2.png
  • banner_richforests.png
  • banner_harbour_expansion.png
  • banner_barro_dam.png
  • schrijf u in